03 jun 2022 – Vrijheid

Vorige week kreeg een volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer 13 minuten de tijd om een prominent wetenschapper in overheidsdienst een leugenaar te noemen, te beschuldigen van corruptie en op zijn ontslag aan te dringen. Het betreffende Kamerlid kon – ondanks verzoeken van collega-Kamerleden – geen van deze uitspraken onderbouwen.

Met die woorden begon deze week een ingezonden brief in de Volkskrant. Wetenschappers maken zich zorgen over de ondermijning van hun beroep. Wanneer iedereen maar alles mag roepen bestaat de kans dat feiten geen feiten meer zijn, dat kennis ondergeschikt raakt aan de onderbuik en dat onderzoek met een tweet om zeep geholpen kan worden.

Ik ben het met de oproep van de wetenschappers eens. Maar er dient zich een ander probleem aan. De grens van de vrijheid van meningsuiting. Want ik heb nou eenmaal het recht om te beweren dat Berlijn de hoofdstad is van Frankrijk, ook al spreken de feiten dat tegen.

Dat recht van meningsuiting is extra groot voor politici in hun eigen arena. Geen enkele rechter zal een Tweede Kamerlid of gemeenteraadslid aanpakken op uitspraken die buiten de grenzen van de  betamelijkheid of het fatsoen vallen.

Het is dus des te harder nodig dat wetenschappers nu opkomen tegen uitspraken van een Kamerlid. Veel andere middelen zijn er niet. En of het helpt? Waarschijnlijk niet. Want de doelgroep van dat bewuste Kamerlid leest vermoedelijk toch de Volkskrant niet. Daar zorgen de algoritmen van de Fabeltjesfuik wel voor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.